ECLI:NL:HR:2004:AP4383
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over correctie verkoopprijs aandelen aanmerkelijk belang
Belanghebbende had in 1997 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen die na bezwaar was verminderd, maar het Hof verklaarde het beroep ongegrond. De kern van het geschil betrof de vraag of het verlies op de verkoop van aandelen in D B.V. terecht niet was meegenomen bij de aanslag. Het Hof had geoordeeld dat de verkoopprijs moest worden gecorrigeerd op grond van artikel 20c lid 4 Wet IB 1964, omdat de prijs was beïnvloed door factoren die niets met een reële marktwaarde te maken hadden.
De Hoge Raad oordeelt echter dat deze correctie onterecht is toegepast. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de correctie bedoeld is om kunstmatige winsten en verliezen bij onzakelijke transacties tussen familieleden te voorkomen, waarbij sprake moet zijn van een bevoordelingsbedoeling. In deze zaak was niet gesteld dat de verkoper de koper wilde bevoordelen, noch dat er een vergoeding via derden was verstrekt.
Daarom moet de aanmerkelijkbelangwinst worden vastgesteld op basis van de overeengekomen verkoopprijs. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur en verwijst de zaak terug naar het Hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug wegens onjuiste toepassing van artikel 20c lid 4 Wet IB 1964.