ECLI:NL:GHSGR:2011:BV7550
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Swinkels
- P.A.G.M. Cools
- R.H. Happé
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aftrek onderhoudskosten parketvloer monumentenpand
Belanghebbende, eigenaar van een monumentenpand, heeft in 2007 een eiken visgraatparketvloer laten leggen ter vervanging van vloerbedekking die sinds 1986 als tijdelijke oplossing lag. De Inspecteur weigerde deze kosten als aftrekbare onderhoudskosten te erkennen en kwalificeerde ze als niet-aftrekbare huurderslasten. De Rechtbank gaf belanghebbende gelijk en het Hof bevestigt deze uitspraak.
Het Hof overweegt dat volgens vaste jurisprudentie alleen onderhoudskosten aftrekbaar zijn, namelijk kosten die een gebouw in bruikbare staat houden en achteruitgang voorkomen. Het terugleggen van de parketvloer wordt gezien als herstel van de oorspronkelijke staat van het monumentenpand en niet als verbetering. De tijdelijke vloerbedekking was een tussenoplossing vanwege budgettaire redenen en verandert niets aan de status van de werkzaamheden als onderhoud.
De Inspecteur baseerde zijn standpunt op een te enge interpretatie van de wet en het beleid uit 2008, dat niet van toepassing is op het jaar 2007. Ook het argument dat parket leggen per definitie een huurderslast is, wordt verworpen. Het Hof veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten en bevestigt de Rechtbankuitspraak, waardoor de kosten van de parketvloer aftrekbaar blijven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de Rechtbankuitspraak bevestigd dat de kosten voor het terugleggen van de parketvloer aftrekbaar zijn als onderhoudskosten.