Uitspraak
Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof te 's-Gravenhagevan 23 september 1987 betreffende de aan
[Z]
Hoge Raad
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1983 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Het geschil betrof de aftrekbaarheid van kosten voor binnenschilderwerk aan zijn monumentenwoning. Het hof oordeelde dat deze kosten als onderhoudskosten aftrekbaar waren, omdat binnenschilderwerk net zo wezenlijk is als buitenschilderwerk en onderhoudskarakter heeft.
De Inspecteur stelde zich op het standpunt dat binnenschilderwerk niet aftrekbaar is omdat deze kosten doorgaans door huurders worden gedragen en daarom als gebruikerslasten gelden, niet als eigenaarslasten. De wetgever heeft dit bevestigd in de Wet AGOS en bijbehorende parlementaire stukken, waarin binnenschilderwerk expliciet als niet-aftrekbaar wordt aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en handhaafde de uitspraak van de Inspecteur. De Hoge Raad overwoog dat alleen onderhoudskosten die verband houden met de inkomsten uit de eigen woning aftrekbaar zijn. Kosten die drukken op de gebruiker en niet op de eigenaar, zoals binnenschilderwerk, zijn niet aftrekbaar. De regeling in artikel 42a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 sluit binnenschilderwerk uit van aftrekbaarheid. De uitspraak bevestigt dat binnenschilderwerk niet tot aftrekbare onderhoudskosten behoort bij monumentenwoningen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de kosten van binnenschilderwerk bij een monumentenwoning niet aftrekbaar zijn als onderhoudskosten in de inkomstenbelasting 1983.