ECLI:NL:GHSGR:2012:BV5606
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- M.J. van der Ven
- A.E.A.M. van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen invordering bestuursdwangkosten en dwangbevelen gemeente Rotterdam
Appellanten, voormalige eigenaren van een pand, kwamen in verzet tegen dwangbevelen van de Gemeente Rotterdam voor bestuursdwangkosten wegens woningverbetering. Het geschil betrof onder meer de schorsende werking van een verzoek om voorlopige voorziening, de redelijkheid van beheers- en invorderingskosten, en de omvang van de schadevergoeding.
De Gemeente had het pand aangeschreven op grond van de Woningwet en na het verstrijken van de begunstigingstermijn bestuursdwang toegepast. Appellanten voerden aan dat het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening de werking van het besluit schorst, maar het hof bevestigde dat dit slechts het geval is na een expliciete schorsingsbeslissing van de voorzieningenrechter. Daarnaast oordeelde het hof dat het standaardpercentage voor beheerskosten en de invorderingskosten redelijk waren en dat BTW correct was doorberekend.
Verder verwierp het hof de vorderingen van appellanten tot schadevergoeding wegens verwijderde keukens en sanitaire voorzieningen, omdat zij onvoldoende bewijs leverden en nalatig waren in het beperken van hun schade. Alle grieven van appellanten faalden, waarna het hof de vonnissen van de rechtbank bekrachtigde en appellanten veroordeelde in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en wijst alle grieven van appellanten af.