ECLI:NL:GHSGR:2012:BV7668
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- U.E. Tromp
- J.T. Sanders
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boeten wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
Belanghebbende werd door de Inspecteur navorderingsaanslagen en boeten opgelegd wegens het niet aangeven van inkomsten en vermogen op een buitenlandse bankrekening bij KBL in Luxemburg. De Inspecteur baseerde zich op microfiches die door de Belgische autoriteiten aan de Nederlandse Belastingdienst waren verstrekt. Belanghebbende erkende het rekeninghouderschap, maar verstrekte geen nadere informatie.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur het bewijs leverde dat belanghebbende houder was van de KBL-rekening en dat de tegoeden en rente-inkomsten buiten het zicht van de fiscus waren gehouden. De verkrijging van de microfiches was niet onrechtmatig en het gebruik ervan in de fiscale procedure was toegestaan. De navorderingsaanslagen waren terecht opgelegd, ook met toepassing van de verlengde navorderingstermijn.
Belanghebbende had geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het vermoeden van opzet konden ontzenuwen. Het Hof stelde vast dat de Inspecteur een redelijke schatting had gemaakt van de verschuldigde belasting en dat de verhogingen en boeten passend waren, gelet op de ernst van het vergrijp. Wel werden de boeten en verhogingen verminderd tot 72 procent vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. De uitspraak werd op 3 februari 2012 openbaar uitgesproken door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep wordt grotendeels afgewezen met matiging van boeten en verhogingen tot 72 procent vanwege overschrijding van de redelijke termijn.