ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1001
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- G. Dulek-Schermers
- G.J. Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen geldboete wegens niet-naleving bemanningssterkte binnenvaart
De verdachte, als gezagvoerend schipper van een hecht samenstel binnen de binnenvaart, werd ten laste gelegd dat hij op 17 oktober 2008 niet voldeed aan de minimumbemanningseisen zoals gesteld in de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart en het daarbij behorende Besluit. In eerste aanleg werd de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging, maar de officier van justitie stelde hoger beroep in.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de minimumbemanning niet had nageleefd. Het verweer dat sinds de inwerkingtreding van de Binnenvaartwet het tenlastegelegde feit niet langer strafbaar zou zijn, werd verworpen. De Hoge Raad had immers bepaald dat een wijziging in het handhavingsregime geen verandering in strafrechtelijke aansprakelijkheid betekent voor feiten die reeds aanhangig zijn.
Het hof legde een geldboete van €450 op, rekening houdend met de draagkracht van de verdachte en de ernst van het feit. De boete werd voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Hiermee werd het overheidsbeleid ter bevordering van de veiligheid en arbeidsbescherming binnen de binnenvaart beschermd en oneerlijke concurrentie tegengegaan.
De uitspraak benadrukt de toepassing van het sanctierecht dat ten gunste van de verdachte is, waarbij de mogelijkheid van vervangende hechtenis niet meer bestaat, maar het strafrechtelijk traject voor reeds aanhangige zaken blijft gelden.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met de hierboven beschreven strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van €450 wegens niet-naleving minimumbemanning binnenvaart.