ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1468
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- M.H. van Coeverden
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kennelijk onredelijke opzegging en niet genoten arbeidsduurverkorting
De werknemer trad in 2001 in dienst bij Stichting Wijkbeheer Schilderswijk (WBS) als gastheer/beheerder in een gesubsidieerde ID-baan. Door het vervallen van de subsidie per 1 januari 2009 werd het dienstverband opgezegd. WBS bood de werknemer een begeleide baan bij Startbaan aan, maar deze leidde niet tot een vervolgpositie. De werknemer vorderde onder meer een vergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging en compensatie voor niet genoten arbeidsduurverkorting.
Het hof oordeelt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, omdat WBS vanwege het wegvallen van subsidie een zwaarwegend belang had en voldoende voorzieningen trof door de begeleide baan aan te bieden. De werknemer had bovendien de mogelijkheid om financiële schade te beperken door naar Den Haag te verhuizen, wat hij niet deed.
Ten aanzien van de arbeidsduurverkorting stelde de werknemer dat hij niet op de hoogte was van zijn recht daarop en dat WBS hem onvoldoende heeft geïnformeerd. Het hof stelt vast dat WBS tekort is geschoten in haar informatieplicht en kent daarom een schadevergoeding toe van de helft van het gevorderde bedrag voor niet genoten arbeidsduurverkorting, vermeerderd met wettelijke rente.
De overige vorderingen worden afgewezen, en de proceskosten worden gecompenseerd. Het arrest bevestigt het belang van goede informatieverstrekking door werkgevers over arbeidsvoorwaarden en de afweging van belangen bij subsidiegerelateerde ontslagen.
Uitkomst: Het ontslag is niet kennelijk onredelijk, maar WBS moet een schadevergoeding betalen voor niet genoten arbeidsduurverkorting.