ECLI:NL:GHSGR:2012:BW1774
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- A.V. van den Berg
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging en kostenveroordelingen na beëindiging huurovereenkomst perceel te Rotterdam
In deze civiele procedure staat een geschil centraal over de beëindiging van een huurovereenkomst en de aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging op meerdere percelen te Rotterdam. Appellant, die het perceel sinds 1963 gebruikte voor een vatenreinigingsbedrijf, werd door de kantonrechter veroordeeld tot ontruiming en aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging. SLF, de verhuurder, vordert daarnaast schadevergoeding wegens onbevoegd onderverhuren en kosten voor verwijdering van opstallen en betonverharding.
Het hof bevestigt dat appellant de huurovereenkomst van zijn vader heeft voortgezet, wat een contractsovername inhoudt en hem aansprakelijk maakt voor tekortkomingen van zijn vader. Appellant heeft het perceel niet als goed huurder gebruikt en daarmee wanprestatie gepleegd, wat zijn aansprakelijkheid voor de bodemverontreiniging bevestigt. De vordering tot schadevergoeding wegens verboden onderhuur wordt afgewezen wegens gebrek aan schadebewijs. De vorderingen voor verwijderingskosten van opstallen en betonverharding worden toegewezen.
De vordering voor schadevergoeding wegens verwijdering van de omheining wordt afgewezen omdat appellant een wegbreekrecht heeft. Het hof vernietigt de eerdere vonnissen voor zover nodig en beslist opnieuw, waarbij het de aansprakelijkheid van appellant bevestigt en hem veroordeelt tot betaling van verwijderingskosten en proceskosten, met compensatie van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Appellant is aansprakelijk voor bodemverontreiniging en veroordeeld tot betaling van verwijderingskosten en proceskosten, met afwijzing van enkele schadevorderingen.