ECLI:NL:GHSGR:2012:BW2999
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over meerwerk en richtprijs bij aanneming van woonhuisherbouw
In deze zaak staat een geschil centraal over meerwerk en de toepasselijkheid van een richtprijs bij de aanneming van een woonhuisherbouw. Warmerdam en Brama & Van der Poel verrichtten werkzaamheden aan de woning van appellant, waarbij over diverse meerwerkposten en facturen onenigheid ontstond.
Warmerdam voerde werkzaamheden uit op basis van een geaccepteerde offerte, maar er ontstond discussie over zestien meerwerkposten, waarvan enkele door appellant werden geaccepteerd en andere niet. Brama & Van der Poel leverde bouwdiensten zonder schriftelijke afspraken over een vaste of richtprijs, ondanks een brief waarin een richtprijs werd genoemd.
De rechtbank kende een deel van de vorderingen toe en wees andere af, waaronder buitengerechtelijke incassokosten en een opslag op onderaannemerskosten. Appellant en Warmerdam cs stelden grieven in hoger beroep tegen deze beslissingen.
Het hof oordeelde dat de brief met richtprijs geen bindende afspraak vormde en bevestigde de toewijzing van openstaande facturen aan Brama & Van der Poel. Ten aanzien van Warmerdam werden enkele meerwerkposten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing, waardoor het toegewezen bedrag werd verminderd. De vordering van buitengerechtelijke incassokosten en de 10% opslag werden afgewezen. Het hof veroordeelde appellant tot betaling van de aangepaste bedragen met rente en veroordeelde hem in de kosten van het principaal appel, terwijl Warmerdam cs in de kosten van het incidenteel appel werden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof veroordeelt appellant tot betaling van €5.771,69 aan Warmerdam en €65.022,55 aan Brama & Van der Poel, met wettelijke rente, en wijst overige vorderingen af.