ECLI:NL:GHSGR:2012:BW3488
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- J.M. Reinking
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrifte en witwassen met valse levensbewijzen
De verdachte heeft in de periode van 7 augustus 2003 tot en met 23 november 2010 valselijk zogenoemde levensbewijzen opgemaakt en gebruikt, waarin werd voorgedaan dat zijn moeder nog in leven was terwijl zij in augustus 2003 was overleden. Deze formulieren waren voorzien van valse handtekeningen en stempels van een Franse autoriteit en werden aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) overgelegd om pensioen- en AOW-uitkeringen te verkrijgen.
De verdachte beschikte over de pinpas en pincode van de rekening waarop deze uitkeringen werden gestort en heeft vervolgens contant geld opgenomen en betalingen verricht ten behoeve van zichzelf. Hierdoor zijn de SVB en het ABP voor aanzienlijke bedragen benadeeld. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk gebruik van valsheid in geschrifte en witwassen.
De verdediging voerde onder meer een arrest van de Hoge Raad aan, waarin werd gesteld dat het enkele voorhanden hebben van uit eigen misdrijf verkregen voorwerpen niet als witwassen kwalificeert. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte de gelden wederrechtelijk heeft toegeëigend en omgezet.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van twee jaren, met aftrek van voorarrest. De straf werd passend geacht gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf voor valsheid in geschrifte en witwassen met valse levensbewijzen.