ECLI:NL:GHSGR:2012:BW6732
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Verdeling vennootschap en nalatenschap tussen vader en zoon na overlijden vader
Deze zaak betreft een geschil over de verdeling van de waarde van een vennootschap onder firma (VOF) tussen een vader en zijn zoon, na het overlijden van de vader in 1974. Appellante, erfgenaam van de vader, vordert een herwaardering van de VOF en een rentevergoeding van de zoon over het niet uitgekeerde deel van de vennootschapswaarde.
De VOF werd in 1965 opgericht en ontbonden door het overlijden van de vader. De waardering van het aandeel van de vader in de VOF is vastgesteld op basis van de waardering door de inspecteur der registratie en successie, inclusief stille reserves, maar exclusief goodwill. Het hof oordeelt dat de goodwill niet in de waardering betrokken mag worden, omdat deze niet aantoonbaar was of overdraagbaar.
Appellante stelde dat de zoon de waarde van het aandeel van de vader in de VOF heeft verborgen gehouden en zichzelf heeft verrijkt, maar het hof vindt hiervoor geen bewijs. Ook de betaling van successierechten door de zoon is niet onrechtmatig of onjuist vastgesteld. Het hof concludeert dat de vennootschappelijke waarde correct is vastgesteld en dat de verdeling en afwikkeling van het vennootschappelijk vermogen rechtsgeldig zijn verlopen.
Daarom worden de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd, het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellante af.