ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8484
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 2003 ondanks betwisting aftrek bouwrente en heffingsrente
Belanghebbende had tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 bezwaar gemaakt vanwege een correctie op de aftrek van bouwrente en de heffingsrente. De Inspecteur had de aanslag gehandhaafd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Gerechtshof.
Het geschil betrof met name de vraag of belanghebbende een hoger bedrag aan rente ter zake van de eigen woning mocht aftrekken dan door de Inspecteur was aangenomen, en of de heffingsrente verminderd moest worden. Belanghebbende stelde dat hij recht had op een hogere aftrek van bouwrente, onder meer omdat hij eerder dan de formele koopdatum verplichtingen was aangegaan, en dat de heffingsrente onterecht was vastgesteld.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op een hogere renteaftrek dan reeds door de Inspecteur en rechtbank was vastgesteld. Ook de stelling dat hij eerder een koopovereenkomst was aangegaan werd niet onderbouwd met feiten. De heffingsrente werd terecht in rekening gebracht, mede omdat de voorlopige aanslag binnen drie maanden was vastgesteld. Daarnaast wees het Hof het late beroep op buitengewone uitgaven af wegens tardiviteit.
Daarmee bevestigde het Hof de uitspraak van de rechtbank en de aanslag zoals vastgesteld, zonder vermindering van heffingsrente of toekenning van hogere renteaftrek.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2003 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af wegens onvoldoende bewijs voor hogere renteaftrek en vermindering heffingsrente.