ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8493
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting na overdracht seksinrichting en dienstbetrekking masseuses
Belanghebbende dreef een seksinrichting en voerde aan dat zij deze onderneming per 1 augustus 2002 had overgedragen, waardoor zij niet langer inhoudingsplichtig was voor het derde kwartaal van 2003. Het geschil betrof de vraag of de overdracht daadwerkelijk vóór 1 oktober 2003 had plaatsgevonden, of er sprake was van een dienstbetrekking met de masseuses, of aan de administratieplicht was voldaan, en of de naheffingsaanslag op een redelijke schatting berustte.
De rechtbank oordeelde dat de overdracht niet vóór 1 oktober 2003 had plaatsgevonden, mede gelet op de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, de vergunningverlening en de aangiften loonbelasting. Tevens was er sprake van een gezagsverhouding tussen belanghebbende en de masseuses, waardoor een dienstbetrekking bestond. De administratie was gebrekkig en voldeed niet aan de eisen, waardoor toepassing van het anoniementarief en een schatting gerechtvaardigd waren.
Het Hof bevestigde deze beoordeling en concludeerde dat belanghebbende de controle en verantwoordelijkheid over de onderneming behield tot 1 oktober 2003. De naheffingsaanslag was gebaseerd op een redelijke schatting van de omzet en het loon. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd omdat de overdracht niet vóór 1 oktober 2003 plaatsvond en er een dienstbetrekking bestond.