ECLI:NL:GHSGR:2012:BW9003
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Schorsing relatiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer na beëindiging arbeidsovereenkomst
Appellant was jarenlang werkzaam in de verzekeringsbranche en verkocht zijn assurantieportefeuille aan verschillende partijen, waaronder Drechtstad. In 2009 werd een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten met een uitgebreid relatiebeding zonder tijds- of geografische beperking. Kort daarna vroeg Drechtstad ontslag aan en beëindigde de arbeidsovereenkomst.
Appellant vorderde in kort geding de vernietiging of schorsing van het relatiebeding wegens het onredelijke karakter en de zware impact op zijn arbeidsmogelijkheden. De kantonrechter wees deze vorderingen af. In hoger beroep stelde appellant dat het beding onbillijk was, mede door zijn leeftijd, expertise en de ruime reikwijdte van het beding.
Het hof oordeelde dat het relatiebeding in verhouding tot het te beschermen belang van Drechtstad onbillijk was en dat Drechtstad onvoldoende had onderbouwd waarom een langere duur dan ruim 2,5 jaar gerechtvaardigd was. Het hof schorst het relatiebeding met onmiddellijke ingang, wijzend op de algemene wettelijke beperkingen die blijven gelden. Tevens werd Drechtstad veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof schorst het relatiebeding met onmiddellijke ingang wegens onbillijke benadeling van appellant.