ECLI:NL:GHSGR:2012:BX7245
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- V. Disselkoen
- L.G. Verburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag directeur theater Zwijndrecht
Appellante was van 1994 tot 2009 directeur/zakelijk leidster bij Stichting Kleintheater Zwijndrecht (SKZ). Het dienstverband werd beëindigd vanwege het wegvallen van subsidies per 1 januari 2009. SKZ bood appellante tweemaal een vergoeding van €60.000 aan onder voorwaarde van finale kwijting, welke zij weigerde.
Appellante vorderde in eerste aanleg een vergoeding van ruim €112.000 wegens kennelijk onredelijk ontslag, inclusief inkomensverlies, pensioenschade en immateriële schade. De kantonrechter wees de vorderingen af. In hoger beroep oordeelt het hof dat het ontslag kennelijk onredelijk is omdat andere werknemers wel een vergoeding ontvingen en appellante geen enkele tegemoetkoming kreeg.
Het hof acht een periode van 18 maanden WW-aanvulling passend, gezien haar leeftijd, dienstjaren en verminderde kansen op vergelijkbaar werk. De vergoeding wordt vastgesteld op €28.500 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2009. De kosten worden gecompenseerd en overige vorderingen afgewezen.
Uitkomst: Stichting Kleintheater Zwijndrecht wordt veroordeeld tot betaling van €28.500 bruto wegens kennelijk onredelijk ontslag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2009.