ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8210
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Wraking
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- J.A. van Kempen
- C.M. le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid derde wrakingsverzoek in familierechtelijke omgangszaken
In deze zaak, voortkomend uit een familierechtelijke procedure over omgang tussen moeder en zoon, heeft verzoekster voor de derde maal een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend tegen de drie raadsheren van de meervoudige familiekamer van het gerechtshof 's-Gravenhage. Dit verzoek werd ingediend zonder tussenkomst van een advocaat, terwijl dit volgens de wet en vaste rechtspraak verplicht is in deze procedure.
Eerdere wrakingsverzoeken van verzoekster waren reeds niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, ondanks dat zij toen de mogelijkheid had gekregen haar verzoek via een advocaat te laten indienen. De wrakingskamer oordeelde dat verzoekster voldoende op de hoogte was van deze vereiste en dat haar handelswijze in strijd was met de eisen van een goede procesorde.
De inhoudelijke grond voor het wrakingsverzoek was dat de raadsheren onjuistheden en discriminerende producties van de tegenpartij hadden geaccepteerd, waardoor hun neutraliteit in gevaar zou zijn gekomen. De wrakingskamer ging hier niet op in vanwege de niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
De beslissing van 5 juni 2012 verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek en bepaalt dat afschriften van deze beslissing worden toegezonden aan alle betrokken partijen en instanties.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar derde wrakingsverzoek wegens het ontbreken van advocaatbijstand en schending van de goede procesorde.