ECLI:NL:GHSGR:2012:BX9769
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- M.H. van Coeverden
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering en rechtskeuze bij arbeidsovereenkomst huishoudelijke hulp
De zaak betreft een hoger beroep van een huishoudelijke hulp die vanuit India naar Nederland kwam om werkzaamheden te verrichten bij een gezin, waarbij geen concrete afspraken over werktijden en beloning waren gemaakt. De kantonrechter had Indiaas recht van toepassing verklaard en een deel van de loonvordering toegewezen. Het hof stelt echter vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is omdat de arbeid in Nederland werd verricht.
Het hof bepaalt dat de huishoudelijke hulp recht heeft op loon over een normale arbeidsduur van 40 uur per week conform de Wet Minimumloon (WML), maar ook voor 40 extra uren per week die zij excessief heeft gewerkt. Deze boven-WML-uren moeten eveneens worden vergoed tegen het minimumloon, omdat het onaanvaardbaar is dat deze uren lager worden beloond. Daarnaast heeft zij recht op uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen conform het Nederlandse arbeidsrecht.
De door de hulp ontvangen kost en inwoning wordt in mindering gebracht op het verschuldigde loon. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens gebrek aan bewijs van werkzaamheden. Het hof verwijst de zaak terug naar de rol voor een herberekening van de vordering op basis van deze uitgangspunten en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof kent loonvorderingen toe over 80 uur per week conform de Wet minimumloon en verwijst de zaak voor herberekening.