ECLI:NL:GHSGR:2012:BY1323
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opzegging kredietovereenkomst door Rabobank wegens betalingsachterstand en vertrouwensbreuk
Partijen sloten in 1994 een geldleningsovereenkomst met zekerheidstelling via hypotheek en verpanding van levensverzekering. Rabobank verstrekte later aanvullende kredieten. Vanaf 2006 ontstonden betalingsachterstanden en onregelmatigheden in de betalingen door appellant. Rabobank sommeerde appellant herhaaldelijk tot betaling en stelde een brief op 15 mei 2008 waarin de kredietrelatie werd opgezegd bij uitblijven van een acceptabele oplossing.
Appellant stelde dat Rabobank niet aan haar zorgplicht had voldaan, dat er geen serieuze poging was gedaan tot oplossing, en dat de executoriale verkoop disproportioneel was. Rabobank betwistte dit en bracht bewijs van betalingsachterstanden, meerdere sommatiebrieven, en stelde dat appellant informatie had achtergehouden, wat leidde tot vertrouwensbreuk.
Het hof oordeelde dat Rabobank terecht gebruik heeft gemaakt van haar opzeggingsbevoegdheid, dat er een zwaarwegende grond bestond en dat de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit waren nageleefd. De vordering van appellant tot schadevergoeding werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de rechtmatigheid van de opzegging door Rabobank en wijst de vordering tot schadevergoeding af.