ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2203
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Lückers
- Labohm
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omvang nalatenschap en waarde onroerende zaak bij ouderlijke boedelverdeling
Appellanten zijn kinderen uit het eerste huwelijk van de vader en maken aanspraak op hun erfdeel uit de nalatenschap van hun moeder, die een ouderlijke boedelverdeling had gemaakt. De moeder was in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwd en overleed in augustus 2001. De vader hertrouwde en overleed in november 2005, waarbij de echtgenote uit het tweede huwelijk geïntimeerde is.
Het geschil betreft de vaststelling van de omvang van de nalatenschap van de moeder en met name de waarde van een onroerende zaak die onderdeel uitmaakt van die nalatenschap. Appellanten betwisten de waardering die geïntimeerde hanteert, mede vanwege erfpacht. Het hof overweegt dat de verdeling van de nalatenschap door de moeder via de ouderlijke boedelverdeling al had plaatsgevonden, maar dat de omvang van de nalatenschap nog moet worden vastgesteld.
Het hof wijst erop dat de waardering voor successierechten niet bindend is voor de civielrechtelijke vorderingen van appellanten. Ook is geen sprake van rechtsverwerking of verjaring van de vorderingen, omdat deze pas opeisbaar werden bij het overlijden van de vader. Het hof besluit dat de waarde van de onroerende zaak op het moment van overlijden van de moeder moet worden vastgesteld en dat partijen zich hierover moeten uitlaten. De beslissing wordt aangehouden voor nadere deskundigenrapportage.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en houdt de beslissing aan voor nader deskundigenonderzoek naar de waarde van de onroerende zaak.