ECLI:NL:GHSGR:2012:BY3593

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
26 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.015.137/02
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 224 RvArt. 235 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot zekerheidstelling in verzekeringsgeschil na brandschade

In deze verzekeringszaak vordert Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. (NN) zekerheidstelling van AA Tel B.V. voor een bedrag van €170.000,- om haar primaire vordering, rente en kosten veilig te stellen. Deze vordering is ingesteld op grond van artikel 235 Rv Pro, nadat NN een eerdere vordering tot schadevergoeding wegens brandschade door slijpwerkzaamheden van AA Tel gedeeltelijk toegewezen kreeg.

Het hof overweegt dat de vordering tot zekerheidstelling slechts kan worden ingesteld door de oorspronkelijk gedaagde of schuldenaar, niet door de oorspronkelijk eiser zoals NN. Daarnaast is artikel 224 Rv Pro niet van toepassing omdat AA Tel in Nederland is gevestigd. Ook is er geen sprake van misbruik van procesrecht door AA Tel.

Daarom wijst het hof de vordering van NN af en veroordeelt NN in de kosten van het incident, die nihil worden begroot omdat AA Tel geen verweer heeft gevoerd. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere behandeling van het incidenteel appel.

Uitkomst: De vordering van NN tot zekerheidstelling wordt afgewezen en NN wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector Civiel recht
Zaaknummer : 200.015.137/02
Rolnummer rechtbank : 70916/HA ZA 07-2421
arrest van 26 juni 2012
inzake
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
eiseres in het incident,
geïntimeerde tevens incidenteel appellante in de hoofdzaak,
hierna te noemen: NN,
advocaat: mr. A.H.M. van Noort te 's-Gravenhage,
tegen
AA Tel B.V.,
gevestigd te Dordrecht,
verweerster in het incident,
appellante tevens incidenteel geïntimeerde in de hoofdzaak,
hierna te noemen: AA Tel,
advocaat: mr. M.A.D. Bol te Rotterdam.
Het geding
Het hof verwijst naar zijn tussenarrest van 25 november 2008 met zaaknummer 200.015.137/01, waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie is op 18 december 2008 gehouden. Bij memorie van grieven (met producties) heeft AA Tel drie grieven tegen het eindvonnis van de rechtbank Dordrecht van 28 mei 2008 gericht. Bij memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel tevens houdende incidentele vordering tot zekerheidsstelling ex artikel 235 Rv Pro (met producties) heeft NN op de grieven gereageerd, harerzijds drie grieven tegen het vonnis gericht en een vordering tot zekerheidsstelling als bedoeld in artikel 235 Rv Pro ingediend. AA Tel heeft vervolgens geen gebruik gemaakt van de haar verleende gelegenheid van antwoord in het incident te dienen.
Vervolgens heeft NN de stukken overgelegd en arrest gevraagd in het incident.
Beoordeling van de incidentele vordering
1. In deze zaak gaat het - voor zover hier van belang - om het volgende.
1.1 AA Tel heeft op aanwijzen van een verzekerde van NN in het kader van een renovatie bij die verzekerde slijpwerkzaamheden verricht. Als gevolg van deze werkzaamheden is brandschade ontstaan. In dit verband heeft NN in rechte een bedrag van € 114.079,60 te vermeerderen met rente en kosten van AA Tel gevorderd. De rechtbank heeft de vordering van NN in verband met “medeschuld” aan de zijde van haar verzekerde tot een bedrag van € 79.855,72, zijnde 70% van het gevorderde, toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente. De proceskosten zijn gecompenseerd.
1.2 In het onderhavige incident vordert NN zekerheidstelling door AA Tel, alvorens verder te procederen, voor een bedrag van € 170.000,- waaruit de primaire vordering van NN, de daarover verschuldigde rente wettelijke rente en overige kosten kunnen worden voldaan.
2.1 NN baseert haar vordering op artikel 235 Rv Pro. Dit artikel bepaalt dat ingeval een rechter in de vorige instantie zijn uitspraak uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard maar daaraan niet de voorwaarde heeft verbonden dat zekerheid wordt gesteld, indien tegen die uitspraak een rechtsmiddel is aangewend, de rechter bij wie de zaak aanhangig is, op daartoe strekkende incidentele vordering alsnog de voorwaarde kan verbinden dat zekerheid wordt gesteld.
2.2 Het hof overweegt als volgt. Met haar vordering miskent NN dat bedoelde vordering alléén kan worden ingesteld door de oorspronkelijk gedaagde c.q. schuldenaar/geëxecuteerde en niet door de oorspronkelijk eiser c.q. schuldeiser/executant. De zekerheidstelling is immers bedoeld voor het geval laatstgenoemde mogelijk niet in staat zal blijken om, indien hij in hoger beroep in het ongelijk wordt gesteld, te restitueren hetgeen de oorspronkelijk gedaagde in het kader van zijn veroordeling aan hem heeft voldaan. Aan NN komt mitsdien niet het recht toe om zekerheidstelling te vorderen.
2.3 Voor zover NN mede op grond van artikel 224 Rv Pro een vordering heeft willen instellen tot het stellen van zekerheid door AA Tel voor de in hoger beroep te maken proceskosten, geldt dat dit artikel alleen ziet op een partij zonder woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland, die bij een Nederlandse rechter een vordering wil instellen. Een dergelijke partij is op vordering van de wederpartij verplicht zekerheid te stellen voor de proceskosten en buitengerechtelijke kosten tot betaling waarvan hij veroordeeld kan worden. AA Tel is gevestigd in Nederland. Artikel 224 Rv Pro is in deze zaak mitsdien niet van toepassing.
2.4 Ten slotte vermag het hof niet in te zien om welke reden AA Tel misbruik van procesrecht maakt door het bestreden vonnis aan het oordeel van het hof voor te leggen. De enkele omstandigheid dat AA Tel ingeval van bekrachtiging van het vonnis mogelijk geen verhaal zal bieden voor de aan de procedure verbonden kosten is in ieder geval onvoldoende om misbruik van procesrecht aan te nemen.
3. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat de incidentele vordering van NN dient te worden afgewezen. NN zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het incident, die, nu AA Tel geen verweer heeft gevoerd in het incident, begroot zullen worden op nihil.
Beslissing in het incident
Het hof:
- wijst de incidentele vordering van NN tot zekerheidstelling af;
- veroordeelt NN in de kosten van het incident tot op deze uitspaak aan de zijde van AA Tel begroot op nihil;
- verwijst de zaak naar de rol van 31 juli 2012 voor memorie van antwoord aan de zijde van AA Tel in het incidenteel appel.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.M.E. Arpeau, M.M. Olthof en J.W. van Rijkom en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2012 in aanwezigheid van de griffier.