ECLI:NL:GHSGR:2012:BY4682
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- J.W. van Rijkom
- V. Disselkoen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst met vergoeding
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer tegen haar werkgever Rucanor Europe B.V. vanwege de opzegging van haar arbeidsovereenkomst. De werknemer was sinds 1995 in dienst, laatstelijk als magazijnmedewerkster voor 16,5 uur per week. Na toestemming van UWV WERKbedrijf werd haar contract opgezegd per 31 juli 2009 zonder financiële compensatie.
De werknemer vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging op grond van artikel 7:681 BW Pro, naast incassokosten en proceskosten. Het hof stelde vast dat de werknemer een oudere, langdurig werkzame en niet-geschoolde kracht was met beperkte kansen op de arbeidsmarkt. Het ontbreken van enige financiële compensatie en een mager outplacementtraject maakten de opzegging kennelijk onredelijk.
Het hof wees de vordering tot vergoeding toe, begroot op €4.200,- bruto, rekening houdend met de WW-uitkering die de werknemer ontving. De kantonrechter werd vernietigd en de werkgever werd veroordeeld tot betaling van de vergoeding, verstrekking van een bruto/netto specificatie en veroordeling in de proceskosten. De vordering tot incassokosten werd afgewezen. De werknemer werd in het incidenteel appel veroordeeld in de kosten.
De beslissing benadrukt dat ook bij reorganisaties als goed werkgever financiële ruimte moet worden ingebouwd voor compensatie van werknemers die via UWV worden ontslagen. Het hof oordeelde dat het niet benutten van outplacement of scholing door de werknemer hieraan niet afdoet.
Uitkomst: Het hof wijst een vergoeding van €4.200,- bruto toe wegens kennelijk onredelijke opzegging en vernietigt het vonnis van de kantonrechter.