ECLI:NL:GHSGR:2012:BY6461
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcties op NMa-boete en garantievoorziening in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, moedermaatschappij van een fiscale eenheid in de bouwsector, betwistte de niet-aftrekbaarheid van een NMa-boete van € 70.493 en de correcties van de Inspecteur op de garantievoorziening voor de jaren 2005 en 2006. De rechtbank had de boete niet aftrekbaar verklaard en de correcties op de voorziening geaccepteerd, met uitzondering van de heffingsrente die werd verminderd.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de boete onterecht niet aftrekbaar was en dat de garantievoorziening volgens goed koopmansgebruik was gevormd en door de Inspecteur was goedgekeurd. Het hof oordeelde dat de boete terecht niet aftrekbaar is op grond van artikel 3.14 Wet IB 2001 en dat dit niet in strijd is met Europees recht of mensenrechtenverdragen. Ook was geen sprake van discriminatie of schending van strafrechtelijke waarborgen.
Ten aanzien van de garantievoorziening concludeerde het hof dat de correcties van de Inspecteur terecht zijn omdat de dotaties te hoog waren en de vrijval in 2007 deels aan de jaren 2005 en 2006 moet worden toegerekend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat er bindende afspraken met de Inspecteur waren gemaakt en zij geen bewijs heeft geleverd ondanks de mogelijkheid tot het horen van getuigen.
Het hof bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De proceskostenveroordeling werd niet overgenomen en de heffingsrente werd in eerste aanleg verminderd zoals eerder bepaald.
Uitkomst: Het hof bevestigt de niet-aftrekbaarheid van de NMa-boete en de correcties op de garantievoorziening en wijst het hoger beroep af.