ECLI:NL:GHSGR:2012:BY8220
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling regresvordering en afwaardering bij hoofdelijk aansprakelijkheid in inkomstenbelasting
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van A BV en B BV, betaalde €90.000 ter afwikkeling van een hoofdelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit onrechtmatige onttrekking van G-gelden. De vraag was of dit bedrag als negatief resultaat uit overige werkzaamheden in de inkomstenbelasting mocht worden meegenomen en of de regresvordering op A BV, vanwege financiële problemen, tot nihil mocht worden afgewaardeerd.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende, A BV en B BV ieder voor een derde deel aansprakelijk waren. De regresvordering op B BV kon worden verrekend met een rekening-courantschuld, zodat deze niet hoefde te worden afgewaardeerd. De regresvordering op A BV mocht op de openingsbalans worden opgenomen voor het nominale bedrag, maar vanwege de onmogelijkheid tot verhaal werd deze volgens artikel 6:13 BW Pro omgeslagen en deels afgewaardeerd tot €15.000 ten laste van het inkomen uit werk en woning.
Het hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat belanghebbendes stelling dat het gehele bedrag van €90.000 alleen A BV zou aangaan, onvoldoende was onderbouwd. De regresvordering op B BV kon niet worden afgewaardeerd en de afwaardering op A BV was terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van €9.300.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van €9.300.