ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ0617
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Waardering woning in nalatenschapsverdeling bij geschil tussen erfgenamen
In deze zaak staat de waardering van een woning centraal die deel uitmaakt van de nalatenschap van de in 1985 overleden erflater. De erfgenamen zijn het oneens over de waarde en de peildatum van de woning die aan één van hen is toegedeeld. De appellanten vorderen dat de woning wordt gewaardeerd tegen de vrije waarde in onbewoonde staat per de datum van feitelijke verdeling.
De geïntimeerde, die de woning sinds 1966 bewoont en huurt, stelt dat de woning moet worden gewaardeerd tegen de waarde in verhuurde staat per de datum van overlijden van de erflater. Het hof overweegt dat de hoofdregel is dat de waarde wordt bepaald op het moment van verdeling, tenzij redelijkheid en billijkheid anders vereisen. Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat twee erfgenamen kort voor het overlijden woningen van de erflater hebben gekocht tegen marktconforme prijzen en de bedoeling was dat de geïntimeerde de woning zou verkrijgen, acht het hof het redelijk de peildatum op het moment van overlijden te leggen.
Verder oordeelt het hof dat de woning moet worden gewaardeerd tegen de waarde in verhuurde staat, omdat de geïntimeerde de woning gebruikt op grond van een huurovereenkomst die ook na het overlijden voortduurde. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst de vordering van de appellanten af. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familierechtelijke relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de waardering van de woning per datum overlijden in verhuurde staat.