ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1028
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Geschil over waarde bepaling pand bij beëindiging terbeschikkingstellingsregeling in inkomstenbelasting
Belanghebbende is eigenaar van een pand waarvan 75% tot eind 2005 verhuurd was aan een vennootschap waarin hij een aanmerkelijk belang had. Per 1 januari 2006 eindigde de terbeschikkingstellingsregeling vanwege de verkoop van aandelen. De Inspecteur stelde de waarde van het pand op €548.543, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €395.000 aanvoerde op basis van een taxatierapport.
De rechtbank stelde de waarde vast op €425.000, gebaseerd op gecorrigeerde WOZ-waarden en rekening houdend met de aard van het pand en de verbouwing van kantoorruimte. De Inspecteur stelde in hoger beroep verschillende hogere waardes voor, maar kon onvoldoende onderbouwen dat de gebruikte methoden en aanname van bruto aanvangsrendement passend waren.
Het Hof bevestigde de rechtbankuitspraak en oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde hoger moest worden vastgesteld. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en legde een griffierecht op aan de Staat. Zowel het principale als incidentele hoger beroep werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de rechtbankuitspraak en stelt de waarde van het pand per 1 januari 2006 vast op €425.000, waarbij het hoger beroep van de Inspecteur en het incidentele hoger beroep van belanghebbende ongegrond worden verklaard.