ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ1094
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verrekening meerinkomsten vrouw in echtscheidingsconvenant en uitleg niet-wijzigingsbeding
In deze zaak staat de uitleg van een verrekeningsbeding in een echtscheidingsconvenant centraal, waarbij de man stelt dat alle meerinkomsten van de vrouw vanaf 2004 verrekend moeten worden met de door hem te betalen partneralimentatie. De rechtbank had slechts 25% van de meerinkomsten boven een drempelbedrag in mindering gebracht, hetgeen de man betwistte.
Het hof past het Haviltex-criterium toe om de redelijke verwachtingen van partijen bij het sluiten van het convenant te beoordelen. Uit het convenant blijkt dat de vrouw in beginsel recht heeft op de overeengekomen alimentatie, ongeacht haar eigen inkomsten, en dat een niet-wijzigingsbeding is overeengekomen dat slechts onder bijzondere omstandigheden kan worden doorbroken.
De man heeft zijn stelplicht niet voldoende vervuld om aan te tonen dat een verrekening van meer dan 25% redelijk en billijk zou zijn, mede omdat hij onvoldoende inzicht gaf in zijn financiële situatie en schuldenlast. Het hof oordeelt dat het voorstel van de vrouw redelijk is en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Middelburg. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering van de man tot verrekening van meerinkomsten af.