ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ2233
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie geldverstrekking aan BV als kapitaalverstrekking of schuldvordering
Belanghebbende had in 2007 een aanmerkelijk belang van 16,67% in een besloten vennootschap (BV) en had aan deze vennootschap een bedrag van € 22.000 ter beschikking gesteld. Dit bedrag was opgenomen als rekening-courantschuld in de jaarstukken van de BV, maar er waren geen schriftelijke afspraken over rente, aflossing of zekerheden.
Belanghebbende bracht het bedrag in aftrek als verlies uit ter beschikking gesteld vermogen in zijn aangifte inkomstenbelasting, maar de Inspecteur accepteerde dit niet en handhaafde de aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof.
Het hof oordeelde dat de civielrechtelijke kwalificatie leidend is en dat de geldverstrekking zonder terugbetalingsverplichting en zonder zekerheden als kapitaalverstrekking moet worden aangemerkt. Hierdoor kwalificeert het niet als schuldvordering in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001 en kan het verlies niet als verlies uit ter beschikking gesteld vermogen worden afgetrokken.
Het hof bevestigde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een schuldvordering en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank bleef daarmee in stand en belanghebbende is de belasting verschuldigd.
Proceskosten werden niet toegewezen aan belanghebbende. De uitspraak werd op 6 november 2012 openbaar uitgesproken door het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.