ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ2631
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Dijk
- Otter
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot schorsing uitvoerbaarverklaring partneralimentatie
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin partneralimentatie is vastgesteld en uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Hij verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarverklaring, stellende dat zijn financiële draagkracht was verminderd en dat hij vreest onterecht betaalde alimentatie niet terug te krijgen.
Het hof oordeelt dat het verzoek tot schorsing in het beroepschrift niet is onderbouwd en dat de man pas ter zitting gronden aanvoerde, wat in strijd is met de goede procesorde. De vrouw betwistte het verzoek en stelde dat zij niet tijdig op de nieuwe feiten kon reageren en dat geen bewijs van draagkrachtvermindering was overgelegd.
Het hof stelt dat op grond van artikel 359 jo Pro. 278 Rv het verzoek en de gronden duidelijk in het beroepschrift moeten worden vermeld. Omdat de man dit niet heeft gedaan en de ter zitting aangevoerde feiten niet tijdig en onvoldoende onderbouwd zijn, verklaart het hof hem niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot schorsing.
De beslissing over proceskosten wordt aangehouden tot de hoofdzaak is beslist. De behandeling van het hoger beroep wordt voortgezet op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring partneralimentatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig en onvoldoende onderbouwd verzoek.