ECLI:NL:GHSGR:2012:BZ6076
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Van Dijk
- Van der Zanden
- Rechtspraak.nl
Partneralimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding
In deze zaak staat de partneralimentatie en de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden tussen partijen na echtscheiding centraal. De vrouw verzoekt een hogere alimentatie en een uitgebreide verrekening van vermogensbestanddelen, waaronder de verkoopopbrengst van een appartement, aandelen in een bedrijfsvennootschap en een stamrecht BV. De man betwist deze aanspraken en voert aan dat bepaalde inkomsten niet tot het arbeidsinkomen behoren en dat de vrouw haar behoeftigheid onvoldoende heeft aangetoond.
Het hof volgt de rechtbank grotendeels in de vaststelling van het inkomen van de man en de draagkrachtberekening, waarbij het inkomen uit verhuur en uit de bedrijfsvennootschap als verdiencapaciteit wordt meegenomen. De behoefte van de vrouw wordt vastgesteld op €9.925 netto per maand, verminderd met woonlasten en pensioenuitkeringen, wat leidt tot een aanvullende alimentatie van €1.098 per maand zolang de vrouw de echtelijke woning bewoont.
De uitleg van het verrekenbeding in de huwelijkse voorwaarden wordt beperkt tot arbeidsinkomsten uit loondienst, waardoor de vrouw geen aanspraak kan maken op opbrengsten uit verhuur of bedrijfswinsten. De waarde van de stamrecht BV en de ontslagvergoeding worden vastgesteld per peildatum 21 februari 2011, waarbij een deskundigenonderzoek wordt voorgesteld om de exacte waarde te bepalen. Verzoeken tot inzage van bankrekeningen en effecten worden afgewezen omdat de vrouw reeds over de saldi beschikt.
Het hof vernietigt de bestreden beschikking voor zover deze partneralimentatie en verrekening van aandelen betreft, stelt de alimentatie vast op €1.098 per maand en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Verder wordt het verzoek van de vrouw tot aanvullende vergoedingen afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt partneralimentatie vast op €1.098 per maand en bepaalt dat aandelen in de bedrijfsvennootschap niet tot het te verrekenen vermogen behoren.