ECLI:NL:GHSGR:2012:CA4020

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
28 augustus 2012
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
BK-11/00180
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank inzake inkomstenbelasting en verzuimboete

Belanghebbende was tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2006 in bezwaar gegaan tegen de vastgestelde bedragen. De Inspecteur had in eerste aanleg geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en een lagere vaststelling van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen, alsmede het vervallen van de verzuimboete. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, terwijl het hof oordeelt dat de rechtbank dit had moeten honoreren.

In hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat belanghebbende geen bezwaar heeft tegen de ambtshalve verminderingsbeschikkingen van de Inspecteur, waarin het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen en de WOZ-waarde zijn aangepast. Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en handhaaft de aanslag, boete en heffingsrente zoals gewijzigd door de Inspecteur.

Het hof wijst tevens de proceskostenveroordeling af, maar bepaalt dat het betaalde griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 28 augustus 2012 en partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad.

De zaak betreft een fiscale procedure over de juiste vaststelling van het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen en de toepassing van een verzuimboete, waarbij het hof de Inspecteur volgt in diens ambtshalve correcties en de eerdere beslissing van de rechtbank vernietigt.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en handhaaft de aanslag en boete zoals ambtshalve verminderd door de Inspecteur.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE
Sector belasting
Nummer BK-11/00180
Uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer d.d. 28 augustus 2012
in het geding tussen:
[X] te [Z], hierna: belanghebbende,
en
de directeur van de Belastingdienst/Haaglanden, hierna: de Inspecteur,
op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 februari 2011, nummer AWB 10/278 IB/PVV, betreffende na te vermelden aanslag.
Aanslag, beschikkingen, bezwaar en geding in eerste aanleg
1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen (hierna: de aanslag) opgelegd naar een ambtshalve vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning van € 35.934. Bij gelijktijdig genomen beschikkingen heeft de Inspecteur aan belanghebbende een verzuimboete opgelegd van € 113 en € 505 aan heffingsrente in rekening gebracht.
1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur belanghebbendes bezwaar tegen de aanslag en de beschikking inzake heffingsrente gedeeltelijk toegewezen en heeft hij de aanslag verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 26.922 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 4.815, en het bedrag aan heffingsrente verminderd tot € 236. De Inspecteur heeft de verzuimboete bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd.
1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.
Loop van het geding in hoger beroep
2.1. Belanghebbende is, bij brief van 28 maart 2011, van de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmee is door de griffier een griffierecht geheven van € 112. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 24 april 2012, gehouden te ’s-Gravenhage. Aldaar zijn beide partijen verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.
2.3. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het Hof het onderzoek van de zaak heropend en heeft vervolgens tussen het Hof en partijen een briefwisseling plaatsgevonden.
Met toestemming van partijen is een nadere mondelinge behandeling achterwege gebleven.
Vaststaande feiten
Op grond van de stukken van het geding is in hoger beroep, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, het volgende komen vast te staan:
3.1. De bij beschikking door de heffingsambtenaar van de gemeente [Q] voor de woningen [a-straat 1] en [a-straat 1a] te [Q] tezamen vastgestelde WOZ-waarde bedraagt € 172.000.
3.2. De Inspecteur heeft in zijn verweerschrift in eerste aanleg geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar, tot vaststelling van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen op € 2.817 en het vervallen van de verzuimboete.
3.3. Bij verminderingsbeschikking van 9 maart 2011 heeft de Inspecteur het belastbare inkomen uit sparen en beleggen ambtshalve nader vastgesteld op € 2.817, de in rekening gebrachte heffingsrente verminderd tot € 167 en de verzuimboete verminderd tot nihil, onder handhaving van de overige elementen van de aanslag. De hierbij voor de woningen [a-straat 1] en [a-straat 1a] te [Q] tezamen in aanmerking genomen WOZ-waarde bedraagt € 184.000.
3.4. Bij verminderingsbeschikking van 12 mei 2012 heeft de Inspecteur voor de woningen [a-straat 1] en [a-straat 1a] te [Q] tezamen een WOZ-waarde in aanmerking genomen van € 172.000, het belastbare inkomen uit sparen en beleggen vastgesteld op € 2.337 en de in rekening gebrachte heffingsrente verminderd tot € 151, onder handhaving van de overige elementen van de aanslag.
Beoordeling van het hoger beroep
4.1. Aangezien de Inspecteur in zijn verweerschrift in eerste aanleg had geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar, tot vaststelling van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen op € 2.817 en het vervallen van de verzuimboete, had de rechtbank het beroep gegrond moeten verklaren. Aangezien de rechtbank dit heeft nagelaten, zal het Hof dit alsnog doen.
4.2. Uit de na de verminderingsbeschikking van 12 mei 2012 gevoerde correspondentie blijkt dat belanghebbende daartegen geen bezwaar aanvoert, waaruit het Hof afleidt dat zij instemt met de daarin genomen verminderingen en voorts dat zij toestemming verleent om zonder nadere zitting op het hoger beroep te beslissen.
4.3. Gelet op het vorenoverwogene is het hoger beroep gegrond. Het Hof zal de aanslag, de boetebeschikking en de beschikking inzake heffingsrente handhaven zoals deze door de Inspecteur ambtshalve zijn gewijzigd. Beslist moet worden als hierna is vermeld.
Proceskosten en griffierecht
5. Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene Wet bestuursrecht. Wel dient aan belanghebbende het voor de behandeling voor de rechtbank gestorte griffierecht van € 41, alsmede het voor de behandeling in hoger beroep gestorte griffierecht van € 112 te worden vergoed.
Beslissing
Het Gerechtshof:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank,
- vernietigt de uitspraak op bezwaar,
- handhaaft de aanslag, de verzuimboete en de heffingsrente zoals deze na de ambtshalve vermindering waren komen te luiden, en
- gelast de Staat aan belanghebbende een bedrag van € 153 aan griffierecht te vergoeden.
Deze uitspraak is vastgesteld door mrs. P.J.J. Vonk, H.A.J. Kroon en Chr.Th.P.M. Zandhuis, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. van den Bogerd. De beslissing is op 28 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.
aangetekend aan
partijen verzonden:
Zowel de belanghebbende als het daartoe bevoegde bestuursorgaan kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.
Het beroepschrift moet worden gezonden aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
De partij die beroep in cassatie instelt is griffierecht verschuldigd en zal daarover bericht ontvangen van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan worden verzocht de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.