ECLI:NL:GHSHE:1996:AB0727
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J. van Amersfoort
- A.J. van Soest
- P.J. Wattel
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting na aftrekbaarheid kosten rechtsbijstand bij verboden handel
Belanghebbende, een dierenarts die in maatschapsverband werkte, werd in 1991 vervolgd voor verboden handel in clenbuterolhoudende stoffen, wat in strijd was met de Diergeneesmiddelenwet. De opbrengst van deze handel werd bij de maatschapswinst gerekend en vormde de basis voor de aanslag inkomstenbelasting.
Na tijdig bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Tijdens de zitting werden pleitnota's uitgewisseld en de zaak mondeling behandeld. Belanghebbende stelde dat de kosten van rechtsbijstand, gemaakt ter verdediging tegen de strafrechtelijke vervolging en eis tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aftrekbaar waren als bedrijfslast.
Het Hof oordeelde dat deze kosten voldoende verband hielden met de ondernemingssfeer, omdat de vervolging direct samenhing met de verboden handel waarvan de opbrengst tot de winst werd gerekend. Daarom vernietigde het Hof de bestreden uitspraak, verminderde het belastbaar inkomen en gelastte de Inspecteur het griffierecht te vergoeden. Proceskosten werden niet toegewezen omdat belanghebbende hier niet om had verzocht.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van ¦ 234.496,-- en de kosten van rechtsbijstand worden als bedrijfslast erkend.