ECLI:NL:GHSHE:1999:AB0580
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag overdrachtsbelasting economische eigendom woonhuis
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting over de verkrijging van de economische eigendom van een woonhuis van zijn ouders. De akte van overdracht dateert van 2 juni 1995, waarbij het woonhuis met tuin en schuur werd overgedragen onder voorbehoud van een huurrecht ten behoeve van de verkopers.
Het geschil spitst zich toe op de ontvankelijkheid van het beroep, de rechtsgeldigheid van de terugwerkende kracht van de gewijzigde wetgeving op overdrachtsbelasting, de toepasselijkheid van een uitzondering op die terugwerkende kracht, en de waardering van het huurrecht als waardedrukkende factor bij de heffing van overdrachtsbelasting.
Het hof oordeelt dat het aanvankelijk ingediende beroepschrift niet ontvankelijk was, maar het aanvullend beroepschrift wel. De terugwerkende kracht van de wet is rechtsgeldig, en de uitzondering daarop geldt niet omdat geen schriftelijke overeenkomst bestond op de peildatum. De overdracht betreft een verkrijging in de zin van de wet. De waardedrukkende factor van het huurrecht wordt door het hof vastgesteld op 20%, conform het standpunt van de Inspecteur.
Het hof bevestigt de naheffingsaanslag en wijst het beroep van belanghebbende af. Proceskosten en griffierecht worden niet aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.