ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6503
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag en afwijzing beroep wegens ongelijke behandeling bij lijfrenteaftrek
Belanghebbende was gehuwd buiten gemeenschap van goederen en had samen met haar echtgenoot lijfrente-overeenkomsten afgesloten. De Inspecteur had de door hen betaalde premies samengevoegd en slechts één aftrekmaximum toegepast, conform artikel 75 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende voerde aan dat deze toepassing leidde tot ongelijke behandeling ten opzichte van ongehuwd samenwonenden, die elk een eigen aftrekmaximum kunnen benutten.
Het Hof oordeelde dat de door belanghebbende aangevoerde strekking van de eerbiedigende werking van artikel 75 niet Pro kan leiden tot een afwijkende uitleg van de wet. Tevens is volgens vaste jurisprudentie geen sprake van gelijke gevallen tussen gehuwden en ongehuwd samenwonenden, zodat er geen sprake is van verboden discriminatie. De stelling dat de regeling een willekeurige en onwettige inmenging in het privéleven vormt, werd eveneens verworpen.
Het Hof concludeerde dat de ongelijke behandeling inmiddels is weggenomen in het latere artikel 45a van de Wet, dat bovendien een overgangsbepaling bevat met een tegemoetkomend karakter. Belanghebbende stond het vrij te opteren voor toepassing van dit artikel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslag en wijst het beroep af wegens ontbreken van grond voor ongelijke behandeling.