ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6582
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Verzet
- P.J.M. Bongaarts
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof verklaart verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid in beroep bij nihilaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende was voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd van nihil, inclusief verrekening van dividendbelasting. Tegen deze aanslag werd bezwaar gemaakt, maar de Inspecteur handhaafde de aanslag. Belanghebbende stelde beroep in, maar werd door de voorzitter van de Belastingkamer niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang, omdat een beroep tegen een nihilaanslag niet tot een gunstiger resultaat kan leiden.
Belanghebbende maakte hiertegen verzet en voerde aan dat hij wel ontvankelijk moest worden verklaard. Het Hof stelde vast dat het beroepschrift aan de vereisten voldeed en tijdig was ingediend, en dat het griffierecht was betaald. De voorzitter had ten onrechte niet-ontvankelijkheid uitgesproken. Echter, op grond van een arrest van de Hoge Raad uit 1999 is bij een nihilaanslag geen belang aanwezig om het beroep te ontvankelijk te verklaren.
Het Hof oordeelde dat het verzet ongegrond is, omdat het beroep geen gunstiger uitkomst kan opleveren. De inhoudelijke beoordeling van de aanslag blijft achterwege om proceseconomische redenen. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het Hof verklaart het verzet van belanghebbende ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkheidsbeschikking in het beroep tegen de nihilaanslag.