ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6804
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. van Muijen
- M.W.C. Feteris
- A.F.M. Brenninkmeijer
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkheid beroep inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende was in beroep gekomen tegen een uitspraak van de Inspecteur over een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1993. De voorzitter van de Belastingkamer had het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
Belanghebbende stelde dat het beroepschrift wel tijdig was ingediend en dat het risico van een onduidelijke stempelafdruk voor rekening van de Inspecteur kwam. Het Hof overwoog dat bij onduidelijkheid over de datum op een stempelafdruk moet worden gekeken naar hoe een belastingplichtige die datum redelijkerwijs kan lezen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende de datum redelijkerwijs als 14 juli 1996 mocht lezen, ook al had zij aanvankelijk gedacht dat het 4 juli was. Daarom verklaarde het Hof het verzet gegrond, verviel de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en werd de zaak alsnog in behandeling genomen.
De beslissing inzake proceskosten werd aangehouden totdat op het geschil ten principale zou zijn beslist. Tegen deze uitspraak kon binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het Hof verklaart het verzet gegrond en neemt de zaak alsnog in behandeling.