ECLI:NL:HR:1999:AA2916
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Vliet
- Hammerstein
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over niet-ontvankelijkheid beroep inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een naheffingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, waarop de Inspecteur uitspraak deed. Belanghebbende stelde beroep in bij het Hof, dat bij beschikking het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Het Hof oordeelde dat de dagtekening van de bestreden uitspraak 4 juli 1996 was en dat het beroepschrift op 22 augustus 1996 werd ontvangen, wat buiten de termijn viel.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de dag van dagtekening slechts relevant is als deze niet vóór de dag van bekendmaking ligt, en dat de uitspraak van de Inspecteur op 14 juli 1996 ter post was bezorgd. Het Hof liet deze stelling onbesproken, waardoor het oordeel ontoereikend gemotiveerd was. Daarnaast had het Hof moeten beoordelen of belanghebbende de gestempelde datum redelijkerwijs als 14 juli 1996 kon lezen, wat niet was gebeurd.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het Hof en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde behandeling van het verzet in meervoudige kamer, met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding en tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verwijst zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering over tijdigheid beroep.