ECLI:NL:GHSHE:2000:AA7649
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor gebruik niet-geregistreerde auto zonder BPM-vrijstelling
Belanghebbende gebruikte op 6 april 1998 een niet in Nederland geregistreerde personenauto op de Nederlandse openbare weg zonder een vergunning tot vrijstelling van BPM en zonder vooraf BPM te voldoen. Hiervoor werd een naheffingsaanslag en een boete van 25% opgelegd. Belanghebbende was bedrijfsleider bij een Duitse autohandel en had eerder een vrijstellingsvergunning ontvangen voor een andere auto, met de verplichting wijzigingen te melden, wat niet is gebeurd.
Het hof oordeelde dat belanghebbende, gezien zijn eerdere vergunning, goed op de hoogte moest zijn van de BPM-regelgeving. Door toch zonder vergunning en betaling gebruik te maken van de auto in Nederland, handelde hij lichtvaardig en was sprake van grove schuld. De boete van 25% werd passend geacht.
Belanghebbende voerde aan dat hij zich uit eigen beweging tot een douaneambtenaar had gewend, maar het hof vond geen steun voor deze stelling en verwierp het beroep tegen de boete. De naheffingsaanslag werd niet betwist. Het hof bevestigde de bestreden uitspraak en legde geen proceskosten op.
Uitkomst: De boete van 25% wegens het gebruik van een niet-geregistreerde auto zonder BPM-vrijstelling wordt bevestigd.