ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9155
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening vrijstelling BPM voor verhuisde personenauto's
Verzoeker heeft een verzoek ingediend om vrijstelling van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor twee personenauto’s met Belgisch kenteken op grond van de verhuisboedelvrijstelling. De Inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. Verzoeker stelde dat hij zijn normale verblijfplaats van België naar Nederland had verplaatst en daardoor aanspraak maakte op de vrijstelling. Tevens stelde hij dat hij door de weigering grote schade leed en voor zijn bedrijf onthand was, omdat hij niet over het bedrag beschikte om de BPM te voldoen en noodgedwongen een huurauto moest gebruiken.
De Inspecteur betwistte dat verzoeker zijn normale verblijfplaats had verplaatst en stelde dat nader onderzoek nodig was naar nieuwe feitelijke stellingen. De President oordeelde dat het niet mogelijk was om op dit moment de rechtmatigheid van de afwijzing te beoordelen en dat het verzoek tot voorlopige voorziening beperkt moest blijven tot de vraag of onverwijlde spoed aanwezig was.
De President concludeerde dat niet aannemelijk was dat het voortbestaan van het bedrijf van verzoeker in gevaar was en dat het nadeel beperkt bleef tot de kosten van een huurauto. Daarom was er geen sprake van onverwijlde spoed en werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot vrijstelling van BPM werd afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.