ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9159
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en verhoging wegens gebruik buitenlandse auto zonder vrijstelling
Belanghebbende gebruikte in november 1997 een in het buitenland geregistreerde personenauto op de Nederlandse openbare weg zonder vooraf de BPM te voldoen en zonder geldige vrijstellingsbeschikking. Hoewel hij een eerdere vrijstelling had voor een andere auto, meldde hij niet dat het voertuig was gewijzigd.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op met een verhoging van 25%. Belanghebbende betwistte de aanslag en verhoging, stellende dat hij recht had op vrijstelling en dat de verhoging onterecht was.
Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat de vrijstelling niet geldig was voor het gebruikte voertuig en het verzoek om vrijstelling niet tijdig was ingediend. Het beroep op het EG-Verdrag faalde omdat de BPM-regeling geen onrechtmatige belemmering vormt.
Wel vond het hof de verhoging van 25% disproportioneel en mat deze terug tot 10%. Tevens veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wees de Staat aan als kostenverantwoordelijke.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt gehandhaafd met een beperkte verhoging van 10% en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.