ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0452
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Griensven
- De Groot-van Dijken
- Van Erp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kredietafwikkeling en verantwoording tussen coöperatie en derde-hypotheekhouder
In deze civiele zaak stond de afwikkeling van kredietrelaties tussen appellanten, bestaande uit een coöperatie en een naamloze vennootschap, en geïntimeerde centraal. De zaak betrof onder meer de vraag of geïntimeerde terecht onder protest had betaald en of appellanten voldoende verantwoording hadden afgelegd over de kredietafwikkeling en de specificatie van de vordering.
De rechtbank had in tussenvonnissen van 2 oktober 1998 en 25 juni 1999 diverse beslissingen genomen, waaronder het toewijzen van een deskundigenbericht en het erkennen van betaling onder protest. Appellanten stelden meerdere grieven aan het hof voor, onder meer over de wijze van verantwoording en de toewijzing van buitengerechtelijke incassokosten.
Het hof oordeelde dat appellanten ontvankelijk waren in hun beroep en verwierp alle grieven. Het hof bevestigde dat appellanten gehouden zijn tot zorgvuldige verantwoording richting geïntimeerde en dat de betaling onder protest terecht was vastgesteld. Ook werd geoordeeld dat de buitengerechtelijke incassokosten niet toewijsbaar waren. Het deskundigenbericht werd gehandhaafd met een verduidelijking van de vraagstelling.
Uiteindelijk werd het hoger beroep van appellanten afgewezen en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt afgewezen en de tussenvonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd met verbeterde gronden.