ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0460
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering waarde onroerende zaak per 1 januari 1995 in WOZ-beschikking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking waarin de waarde van zijn onroerende zaak was vastgesteld per 1 januari 1995 voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000. De ambtenaar baseerde de waarde op een taxatie en vergelijkbare verkopen, terwijl belanghebbende een lagere waarde verdedigde.
Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde belanghebbende dat in 1995 een verbouwing en renovatie plaatsvonden, met kosten van circa fl. 80.000,=, en dat de bouwvergunning in april 1995 werd verleend. De ambtenaar stelde dat de werkzaamheden op 1 januari 1997 gereed waren en dat de waarde daarom op die datum moest worden vastgesteld.
Het Hof oordeelde dat de beschikking niet voldeed aan de vereisten van een beschikking ingevolge artikel 25 Wet Pro WOZ en dat de waarde moest worden bepaald naar de staat van de onroerende zaak op 1 januari 1995. Het Hof stelde de waarde vast op fl. 185.000 en vernietigde de bestreden uitspraak. Tevens werd de ambtenaar gelast het gestorte griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Het Hof overwoog verder dat de bevoegdheid van de ambtenaar om een beschikking ex artikel 25 Wet Pro WOZ vast te stellen vervalt na vijf jaar na de oorspronkelijke beschikking. Er werden geen proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegekend. De uitspraak werd mondeling gedaan en schriftelijke vastlegging kan worden gevraagd tegen betaling van griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op fl. 185.000 per 1 januari 1995 en de bestreden beschikking wordt vernietigd.