ECLI:NL:HR:2001:AA9625
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- L. Monné
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde onroerende zaak volgens Wet WOZ en beoordeling beschikking
Belanghebbende kocht begin 1994 een perceel met daarop een casco pand dat in 1995 werd opgeleverd. In 1997 werd het pand getaxeerd en de waarde vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harmelen voor het tijdvak 1997-2000. Na bezwaar en beroep bij het hof werd de beschikking gehandhaafd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte de beschikking kwalificeerde als een beschikking op grond van artikel 25 van Pro de Wet WOZ, terwijl deze op grond van artikel 22, lid 1, was vastgesteld. Het hof miskende daarmee het onderscheid tussen waardebepaling op de waardepeildatum en waardebepaling bij waardeveranderingen na die datum.
De Hoge Raad stelt dat de waarde moet worden bepaald naar de staat van de zaak op de waardepeildatum en dat conversie van een beschikking van artikel 22 naar Pro artikel 25 niet Pro is toegestaan vanwege rechtszekerheid. Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de gemeente Harmelen in de proceskosten van belanghebbende voor het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen voor herbeoordeling.