ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0476
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Muijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging belastingaanslag wegens niet-toepassing landbouwvrijstelling bij verkoop cultuurgrond
Belanghebbende, een landbouwondernemer, verkocht in 1993 een perceel cultuurgrond aan een besloten vennootschap die zich bezighoudt met het fokken en trainen van sportpaarden. De Inspecteur corrigeerde het aangegeven belastbare inkomen door het verschil tussen de verkoopprijs en de getaxeerde waarde van de grond bij agrarische bestemming bij te tellen, omdat de landbouwvrijstelling niet van toepassing werd geacht.
Belanghebbende stelde dat de landbouwvrijstelling wel van toepassing was, maar trok ter zitting zijn standpunt over de waarde in het economische verkeer bij agrarische bestemming in. Het geschil spitste zich toe op de vraag of het bedrijf van de koper een landbouwbedrijf is in de zin van artikel 8, lid 2, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het hof oordeelde dat het fokken en trainen van sportpaarden niet valt onder veehouderij in agrarische zin, mede omdat het niet gericht is op menselijke consumptie. Daarom is de landbouwvrijstelling niet van toepassing op de verkoop van de grond. De aanslag werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De aanslag wordt bevestigd en de landbouwvrijstelling wordt niet toegepast op de verkoop van de cultuurgrond.