ECLI:NL:HR:1998:AA2531
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen landbouwvrijstelling op winst verkoop weiland bestemd voor paardenhouderij
Belanghebbende, een agrarisch ondernemer, verkocht een perceel weiland dat hij tot zijn ondernemingsvermogen rekende. De verkoop vond plaats aan D, die het weiland vrijwel direct verhuurde aan een door hem beheerste B.V. die zich bezighield met het fokken en houden van paarden voor de springsport. De waarde in het economische verkeer van het weiland bedroeg minder dan de verkoopprijs, wat aanleiding gaf tot discussie over de winst die onder de landbouwvrijstelling viel.
De Inspecteur stelde dat een deel van de winst verband hield met een bestemmingswijziging, omdat het weiland buiten het kader van landbouw werd aangewend. Het Hof oordeelde dat paardenhouderij voor springsport niet valt onder de landbouwvrijstelling zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964, mede gelet op de Memorie van Toelichting en eerdere jurisprudentie over veehouderij.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 26 augustus 1998 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de winst uit de verkoop van het weiland niet onder de landbouwvrijstelling valt.