ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0498
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorziening voor bodemsanering in vennootschapsbelasting 1994
Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch behandelde het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1994 opgelegd door de inspecteur. Belanghebbende wilde een voorziening vormen voor mogelijke toekomstige kosten van bodemsanering van onroerende zaken die sinds 1977 in bezit zijn. Tijdens de mondelinge behandeling trok belanghebbende enkele stellingen in en beperkte de voorziening tot ƒ 175.000 exclusief omzetbelasting.
De feiten wezen uit dat de onderneming per 1 januari 1984 was overgedragen aan een andere vennootschap, A B.V., en dat eventuele vervuiling na die datum een verhaalsrecht op die vennootschap oplevert. Belanghebbende is echter primair aansprakelijk tegenover de overheid. Het hof oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan de bewijslast om een voorziening te mogen vormen, omdat de onderzoeken en plannen die werden overgelegd voorlopig en oriënterend van aard waren, en de kostenramingen gebaseerd waren op worst case scenario's.
Ook het taxatierapport hield geen rekening met saneringskosten en de contractuele verplichtingen uit de leveringsakte en overeenkomst met de gemeente boden onvoldoende zekerheid dat kosten zich met redelijke mate van zekerheid zouden voordoen ultimo 1994. De belanghebbende had geen aannemelijk bewijs geleverd dat de uitgaven op balansdatum redelijkerwijs te verwachten waren. Daarom werd de bestreden uitspraak van de inspecteur bevestigd en het beroep afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat belanghebbende geen voorziening mag vormen voor toekomstige bodemsaneringskosten in de vennootschapsbelasting 1994 wegens onvoldoende bewijs.