ECLI:NL:GHSHE:2001:AB0842
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Meijer
- G.J. van Muijen
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overdracht onderneming en toepassing bijzonder tarief inkomstenbelasting
Belanghebbende exploiteerde een eenmanszaak en verkocht haar onderneming aan een besloten vennootschap waarvan zij directeur werd. Vervolgens werd de onderneming door de vennootschap verkocht aan een derde partij. De Inspecteur stelde dat er geen reële overdracht aan de vennootschap had plaatsgevonden, waardoor de door belanghebbende bedongen lijfrente niet als tegenprestatie voor overdracht kon worden aangemerkt.
Belanghebbende voerde aan dat de overdracht wel degelijk had plaatsgevonden, terwijl de Inspecteur betoogde dat er al vóór de inbreng in de vennootschap een wilsovereenstemming bestond met de derde partij over de uiteindelijke overdracht. Het hof stelde vast dat belanghebbende de bewijslast had en niet aannemelijk had gemaakt dat de wilsovereenstemming pas na de inbreng was ontstaan.
Het hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is geoordeeld dat een overdracht gevolgd door een vooraf overeengekomen overdracht aan een derde niet als een echte overdracht aan de tussenpersoon kan worden gezien. Gezien de feiten was hier sprake van eenzelfde situatie, ook al vond de overdracht aan de derde pas een maand later plaats.
Daarom oordeelde het hof dat de Inspecteur terecht het bijzondere tarief had toegepast en vernietigde de bestreden uitspraak. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De aanslag wordt verminderd en het bijzondere tarief wordt terecht toegepast; proceskosten en griffierecht worden aan belanghebbende vergoed.