ECLI:NL:HR:2000:AA7113
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- G.J. Zuurmond
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek lijfrentepremie bij overdracht onderneming aan stamrecht-BV
Belanghebbende, een belastingadviseur, droeg in 1993 een vierde deel van zijn maatschapsaandeel over aan een vennootschap die deze onderneming direct doorgaf aan een nieuw toegetreden firmant. De Inspecteur verhoogde het belastbare inkomen omdat de aftrek van de lijfrentepremie volgens hem niet was toegestaan op grond van artikel 45 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat een overdracht aan een lichaam die onmiddellijk gevolgd wordt door een overdracht aan een derde niet gelijkgesteld kan worden met een overdracht aan dat lichaam zelf. Dit voorkomt het creëren van een 'eigen' stamrecht-BV, wat de wetgever wilde tegengaan.
De Hoge Raad verwierp de klachten van belanghebbende, waaronder een beroep op het gelijkheidsbeginsel en willekeur, en bevestigde dat de situatie van belanghebbende wezenlijk verschilt van reële gevallen waarin de sanctiebepaling niet wordt toegepast. Ook het beleid rond stamrecht-BV's bij ontslaguitkeringen werd als rechtvaardiging genoemd.
De Hoge Raad veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten en sprak het arrest uit op 8 november 2000, waarbij het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt verworpen en de aanslag wordt bevestigd.