ECLI:NL:GHSHE:2001:AD3453
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting na renovatie kantoorvilla
Belanghebbende, eigenaar van een kantoorvilla, voerde een ingrijpende renovatie uit om het pand verhuurbaar te maken. De renovatiekosten bedroegen ruim 630.000 gulden exclusief 110.307 gulden omzetbelasting, welke volledig in aftrek werd gebracht.
Na oplevering werd de kantoorvilla vanaf 1 augustus 1996 verhuurd aan een huurder die het pand gebruikte voor vrijgestelde prestaties. De Inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag op op grond van artikel 15, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat de aftrek van voorbelasting moest worden herzien.
Belanghebbende betwistte dit en verwees onder meer naar het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-396/98 (Schlobstrabe), maar het hof oordeelde dat dit arrest niet van toepassing was. Het hof stelde vast dat de renovatie niet bestond uit instandhouding maar uit verbetering en dat de kantoorvilla ten tijde van de belastingheffing bestemd was voor belaste verhuur, maar later voor vrijgestelde verhuur werd gebruikt.
Het hof concludeerde dat de herzieningsregeling van artikel 15, vierde lid, van de Wet correct werd toegepast en bevestigde de naheffingsaanslag van 110.307 gulden. Ook wees het hof het beroep op gedeeltelijke aftrek wegens achterstallig onderhoud af en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting van fl. 110.307,- wordt bevestigd wegens verschuldigdheid van eerder in aftrek gebrachte belasting na gebruikswijziging van de kantoorvilla.