ECLI:NL:GHSHE:2001:AD4050
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof oordeelt over vaststelling verlies en bezwaar vennootschapsbelasting 1995
De belanghebbende diende over 1995 een aangifte vennootschapsbelasting in met een negatief belastbare winst van ƒ130.749 en een belastbaar bedrag van nihil. De Inspecteur stelde de aanslag vast met een correctie, waardoor het belastbare bedrag op ƒ5.227 kwam te staan. De belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag. De Inspecteur verminderde de aanslag later naar nihil, maar stelde het verlies pas bij de uitspraak op bezwaar van 31 augustus 1998 vast, wat volgens het Hof in strijd was met artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de belanghebbende aan alleen duplicaten van de aanslag en uitspraak op bezwaar te bezitten. Het Hof constateerde dat het bezwaar van 25 augustus 1998 tegen de vastgestelde verliesbeschikking niet als zodanig was doorgezonden aan de Inspecteur, wat een procedurefout was. Het Hof beval daarom dat dit bezwaar alsnog moet worden doorgezonden en dat het betaalde griffierecht aan de belanghebbende wordt gerestitueerd.
Het Hof veroordeelde tevens de Inspecteur in de proceskosten van de belanghebbende vanwege het verzuim om tijdig een voor bezwaar vatbare beschikking vast te stellen. De uitspraak benadrukt de noodzaak van correcte en tijdige vaststelling van verliezen bij aanslagen vennootschapsbelasting en de juiste behandeling van bezwaarschriften volgens de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat het bezwaar tegen de verliesbeschikking terecht is en beveelt doorzending aan de Inspecteur met restitutie van griffierecht en veroordeling in proceskosten.