ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8487

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
18 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/02109
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de omzetbelasting 1968Zesde richtlijn
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste toepassing 0%-tarief

Belanghebbende, een onderneming, had goederen geleverd die naar Spanje waren vervoerd en aldaar door een rechtspersoon werden verkregen, wat een intracommunautaire verwerving vormt. Het geschil betrof de toepassing van het 0%-tarief voor deze levering in de omzetbelasting.

Het hof oordeelde dat belanghebbende recht had op het 0%-tarief op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de Zesde richtlijn, ondanks dat het Spaanse fiscale identificatienummer van de afnemer niet een btw-identificatienummer was. Dit nummer is slechts bedoeld als controlehulpmiddel en niet als constitutieve voorwaarde voor het toepassen van het 0%-tarief.

Daarmee was de naheffingsaanslag onterecht opgelegd en moest deze worden vernietigd. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en tot terugbetaling van het door belanghebbende betaalde griffierecht. De uitspraak werd op 18 december 2001 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

BELASTINGKAMER
Nr. 99/02109
HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH
PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK
Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X B.V. te Y tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Grote ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 oktober 1994 tot en met 31 december 1994, aanslagnummer 1, en tegen het kwijtscheldingsbesluit betreffende de in de naheffingsaanslag begrepen verhoging.
De mondelinge behandeling
De mondelinge behandeling van de zaak heeft voor wat betreft de enkelvoudige belasting met gesloten deuren en voor wat betreft de verhoging in het openbaar plaatsgevonden ter zitting van het Hof van dinsdag 4 december 2001 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.
Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 18 december 2001, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.
De beslissing
Het Hof:
- vernietigt de bestreden uitspraak alsmede de naheffingsaanslag;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende
tot een bedrag van fl. 2.840,=, onder aanwijzing van de Staat der
Nederlanden als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
en
- gelast dat door de Inspecteur aan belanghebbende het door deze
gestorte griffierecht ad fl. 85,= wordt vergoed.
De gronden voor de beslissing
(1) Niet is in geschil dat de onderhavige goederen naar Spanje zijn vervoerd, dat zij aldaar door Q S.L. (hierna: Q) zijn verkregen en dat zulks voor Q een intracommunautaire verwerving vormt. Dit laatste in ieder geval reeds omdat Q een rechtspersoon is en de door belanghebbende ter zake van de leveringen van deze goederen bedongen en verkregen vergoedingen al met de eerste partij de tegenwaarde van 10.000 ECU overschreden.
(2) Gelet op hetgeen onder (1) is overwogen, heeft belanghebbende op grond van het bepaalde in post a, punt 6, van de bij de Wet op de omzetbelasting 1968 behorende tabel II, zoals deze post in het licht van de Zesde richtlijn moet worden opgevat, recht op toepassing van het 0%-tarief. Meer of andere eisen dan die waaraan blijkens hetgeen onder (1) is overwogen in casu is voldaan, stelt evengenoemde tabelpost niet.
(3) De enkele omstandigheid dat het door Q aan belanghebbende opgegeven Spaanse fiscale identificatienummer niet een btw-identificatienummer was, kan aan hetgeen onder (2) is overwogen niet afdoen nu laatstbedoelde nummers uitsluitend in het leven zijn geroepen teneinde de intracommunautair leverende ondernemer zekerheid te bieden omtrent de btw-status van zijn afnemer, alsmede teneinde als hulpmiddel te fungeren bij de controle door de belastingadministraties van de lidstaten op de juistheid van de toepassing van het 0%-tarief (vrijstelling met aftrek van voorbelasting) op intracommunautaire leveringen enerzijds en het aangeven van intracommunautaire verwervingen anderzijds. De aanwezigheid van een correct btw-identificatienummer is echter niet een constitutieve voorwaarde voor het mogen toepassen van het 0%-tarief op intracommunautaire leveringen.
(4) Gelet op het vorenstaande is het gelijk aan de zijde van belanghebbende. Voor dit geval is niet in geschil dat de naheffingsaanslag dient te worden vernietigd.
(5) In de omstandigheid dat het beroep gegrond is, vindt het Hof, nu bijzondere omstandigheden niet zijn gesteld of gebleken, aanleiding de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Het Hof stelt deze kosten, met inachtneming van het bepaalde in het Besluit proceskosten fiscale procedures, op 2 (punt) x fl. 710,= (waarde per punt) x 2 (gewicht van de zaak) is fl. 2.840,=.
(6) Nu het beroep gegrond is, dient de Inspecteur, gelet op het bepaalde in artikel 5, zevende lid, eerste volzin, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, aan belanghebbende het door haar voor deze zaak gestorte griffierecht ad fl. 85,= te vergoeden.
(7) Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.
Aldus vastgesteld op 18 december 2001 door J.A. Meijer, voorzitter, M.E. van Hilten en P. Fortuin, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van D.J. Koopmans, waarnemend-griffier.
Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden
op: 28 december 2001
Het aanwenden van een rechtsmiddel:
U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).
Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende fl. 150,--.
Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van fl. 150,-- verschuldigd.
De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.